Adriaan van Garde werd geboren in de oude havenstad Dordrecht in het wederopbouwjaar 1951. Na de gebruikelijke jongensdromen over beroepen als haptonoom, valuta-arbitrageant of intercedent besloot hij op zijn zestiende levensjaar dat hij schrijver zou zijn. Aan materiaal had zijn levendige geest geen gebrek, maar een ziekte uit zijn jeugd had een tot heden onbegrepen sluier over zijn geest gelegd. Dat hield de verhalen die hij bedacht bovenkamers, zodat hij direct na zijn besluit met een writer’s block werd geconfronteerd. Deze tragische omstandigheid heeft ertoe geleid dat hij een teruggetrokken bestaan is gaan leiden.

 

In het najaar van 2007 echter ontdekte hij dat de mist in zijn hoofd was verdwenen. Tijdens een toevallige ontmoeting met een oude jeugdvriend liet hij zijn aantekeningenboekje met verhaalideeën zien. Zijn voormalige stadsgenoot overtuigde hem ervan nu echt een begin te maken met het opschrijven van zijn verhalen. Eerst voorzichtig, maar gaandeweg steeds enthousiaster begon hij zijn geestesroerselen aan het papier toe te vertrouwen. Met het resultaat dat Adriaan zich nu dan eindelijk schrijver mag noemen.

 

Zijn werk laat zich moeilijk in een vakje plaatsen, maar Adriaan kan zich vinden in de typering "fictie" mits ruim geïnterpreteerd. Inmiddels zijn 25 van zijn korte verhalen gepubliceerd, waarvan 20 in druk (wat volgens Adriaan de enige echte vorm van publiceren is). Adriaan heeft op dit moment nog maar één grote wens: dat een serieuze uitgever hem vraagt of hij al een manuscript heeft klaarliggen.